prostituee van chaos
juni 16, 2008
Hoe geestig zou het niet zijn om mijn chaos onversneden en in 1 teug te kunnen opdrinken zonder er een indigestie aan over te houden.
Samaipata en de Nieuw-Zeelandse Jemma bezorgen me een welgekomen rustpunt.
Twee kleine weken brengen we al chillend door, eerst terug naar Sucre (waar ik nu een heel ander beeld van krijg) en daarna naar Tarija, de Boliviaanse wijnstreek.
Het blijkt een zeer intense, zelfs geweldadige rust te zijn, die me berooft van mijn dagelijkse Boliviaanse realiteit. Jawel het vakantiegevoel heeft even de strijd met het reisgevoel gewonnen.
Na alweer een splitsing, waarbij mijn Nieuw-Zeelands chillmaatje Buenos Aires met haar glimlach en aanstekelijk rustgevoel verheugt en La Paz met het andere overblijft, strekken, al is het maar heel even, de wortels van de eenzaamheid zich naar me uit, ver raken ze niet.
De 4000 meter hoogte en de koude van La Paz ruil ik door middel van een vliegmasjien in voor het idyllische en tropische Rurrenabarque, de Boliviaanse jungle en pampas, waar de landingsbaan een vrij hard grastapijt blijkt. De dominatie van Jemma’s rust zindert ook hier nog na, zoals een harpist haar vingers op de snaren laat rusten en de zachte tonen de ruimte instuurt.
Rurrenabarque blijkt ook het walhala voor de Israëlische backpacker te zijn. Gelukkig bezorgt “pachamama”, een bar uitgebaat door een maffe Engelse en een vriendelijke Israëlier, me een ander beeld en behoud me van stigmatisatie.
Samen met 8 anderen laat ik me glijden in een kano door de pampas. Vanaf hier wint het reisgevoel het terug. Het aanschouwen van een enorme rijkdom aan beestjes, het zwemmen tussen rivierdolfijnen en ondertussen bekeken worden door kokodrillen en piranas, een eerste vermeende ontvoering van de Chileens/Amerikaanse Louise door onze gids, een autocrash en een tweede ontvoering waardoor den deze zich genoodzaakt voelde tot een hijacking van een motortaxi inclusief chauffeur, vormen slechts enkele stimulansen voor dat gevoel, en ze komen met een snelheid die zich een grote mate van agressiviteit heeft aangemeten.
Een lange busreis brengt het “problemgirl” Louise en mij naar La Paz, een stad die meer en meer aan me groeit. Hier volgt een tweede ontmoeting met Mike. (de eerste keer was tijdens mijn maagdelijk bezoekje aan La Paz)
Mike is “a bro straight from the States, after spending 6 years in San Pedro yail (beruchte gevangenis in La Paz) and 2 years living on the streets”, alhoewel zijn verhaal telkens een lichte wijziging aanneemt, de eerste keer was ie zelfs nog maar 2 uur op vrije voeten.
Soit, het blijkt dat de “bro” over een echte growling rock’n'roll voice beschikt that nearly pulled my pants to the ground, en zodus de eerste keer mijn sandalen heeft kunnen bemachtigen, gelukkig bezit de stad over een gigantische zwarte markt.
Hierna was Sorata aan de beurt. Hier heb ik de schrik van mijn leven gekregen door enkele doeken te zien hangen boven de ravijn, erin zat blijkbaar een klein meisje van 1 jaar oud. de mama zei dat het heel veilig was, yeah wright…. Dan een laatste maal naar La Paz, ditmaal slechts als transitzone. De reis gaat van hieruit via Copacabana, een geestig maar zeer toeristisch stadje aan het Titicacameer, naar Cusco in Peru.
Hasta pronto Bolivia!!!!
Cusco, ookwel gringo capital.
In deze grote stad vol met gringos, blijk ik me plots in hetzelfde internetcafe te bevinden als Iva, mijn tsjechische “verpleegster”. Het is als reizen door de tijd totdat tijd slechts een woord vormt. Opnieuw wordt ons eigen taaltje boven gehaald, met veel: como se dice’s en halve zinnen die de andere vlekkeloos kan aanvullen.
Daar ik mijn Machu-pichu-ticket al heb aangeschaft, is ons opnieuw maar enkele dagen gegund.
Hierna volgen de trekpleisters aan hoge snelheid, hoewel zeer toeristisch blijken de meeste toch wel de moeite waard. Ollantaytambo, Salineras de Maras, beide in de Sacred Valley, Machu Pichu, het nonnenklooster in Arequipa en de Nasca-lijnen (die voor mij een teleurstelling blijken).
Dan maar naar Paracas en Pisco, 2 stadjes waarvan de aanblik zelfs de grootste dronkaard op slag nuchter blaast. Het gebied is een jaar geleden geteisterd door een aardbeving van 8 op de schaal van Richter. Een jaar later blijkt het gebied nog steeds een grote puinhoop, mmmm, laat die hoop maar weg.
Er staat amper iets recht en hetgeen word opgebouwd is volledig zinloos: Er word gewoon op de restanten gebouwd, grote barsten worden opgevuld en daarboven word een nieuwe verdieping geplaatst, van fundering heeft men hier nog nooit gehoord, enkel het nieuwe, decadente, grote, hilton hotel heeft een degelijke fundering. Dit zal bij de eerstvolgende aardbeving of zelfs naschok het enige zijn dat overblijfd, waarschijnlijk om al de ramptoeristen op te vangen.
Na deze ogenopendoender reis ik verder via Ayacucho, Huancayo en La Merced tot in Puerto Bermudez. De weg, nu ja als ge het zo kunt noemen, is enkel overbrugbaar door middel van 4×4 pick-ups, 7 man inclusief de chauffeur in de cabine (met oorspronkelijk 5 plaatsen), alle bagage en nog eens 7 tot 8 personen achterop, een blik sardienen is er niets bij vergeleken. Een 8 tot 10 uur durende reis waar elk bot in mijn lijf een andere plaats krijgt toebedeeld.
De peruaanse jungle is wederom hemels, de terugweg daarentegen…:
Een nacht en dezelfde dag als de terugreis gevuld met regen maken de zogenoemde weg nog meer onberijdbaar. De eerst zo kleine riviertjes die we moeten doorkruisen blijken plots meedogenloze veelvraten te zijn die zelfs grote rotsblokken van 2 tot 3 meter doorsnede meesleuren.
En als dit ons, tot mijn grote verbazing, niet blijkt te kunnen tegenhouden, denkt een steenlawine inclusief bomen, waar we net op tijd voor zijn kunnen stoppen, zijn kans te wagen.
Machetes en mankracht (die zelfs 2 keer moet gaan lopen) lossen ook dit probleem op.
Dit chaotisch tripje brengt me tot in Lima, yak!!!!
verblindende leegtes
april 27, 2008
San Pedro de Atacama, het Lourdes van de backpacker, een woestijndorpje bestaande uit touroperators, restaurants, touroperators en ook nog enkele touroperatours.
Ze verpatsen zelfs tours naar het slechts 12 km verder gelegen valle de la luna. Niet met ikke.
Wat is nu 3 uurkes wandelen in de volle zon in de droogste plaats ter wereld en op een minieme hoogte van 3500 meter en een sjiek. Na 3 uur stappen in het gezelschap van een droge, zanderige wind die me een ruwe gezichtsmassage geeft, bevind ik mij in de maanvallei.
Hier placeer ik mij op de hoogste duin om de zonsondergang te aanschouwen. Na volledig geïnstalleerd te zijn, blijken 5 volle toeristenbusjes mijn plekje ook de ideale plaats te vinden, maar den deze had zo al een appelblauw-zeegroen vermoeden en had dus al een andere lokatie gespot.
Na het aanschouwen van de zonsondergang kwam de duisternis. Mmmmmm, eerder een wissel in lichtacrobatie. Het leek wel of elke zandkorrel een bewustzijn kreeg, de strijd met de zwaartekracht overwon en zodoende een glimpie werd aan het onmetelijke firmament.
Hierna gingen mijn nootjes een bijna fatale ochtendgloren tegemoet. Het bezoek aan de tatio-geisers, de hoogte en mijn fantastische inpakkunst (kou? dat zie ik ginder wel) geven misschien een kleine hint.
Het vroor -8 graden en mijn lichaam schreeuwde om warmte. Zelfs de cocathee kon mijn nootjes niet van het huggen onthouden. Alleen het stoomspektakel kon het perpetuum mobile van mijn bollekes weer wat bedaren.
Hierna dacht ik mijn plaatsje in Bolivia te versieren door middels van een tour naar Uyuni: de legendarische zoutvlakte. Een driedaagse tocht met 4×4’s. En zoals de foto’s al hebben laten blijken, een plaats waar ik mijn hoofd eens heb laten vallen om te kijken hoe het er met de zwaartekracht gesteld was.
De zoutvlakte, een verblindende leegte, nogmaals een overdonderende bevestiging van het o zo kleine ikke. Hierdoor, de omliggende lagunas en waarschijnlijk ook weer de hoogte, kreeg ik vaak de look van een stokstaartje aangemeten.
Na al deze uppers, begeven Jose, Iva (overlevenden van de tour) en ik ons in een bergenhoge dip: Potosi en de “cerro rico” (rijke berg ofwel de zilvermijn)
We hadden een kind als gids. Ik leek/lijk mijn realiteit even te zijn kwijtgeraakt. het kind van hoewel slechts 14 jaar, sprak met een volwassenheid die ons aan de grond nagelde. 4 jaar, 8 tot 12 uur per dag werken, daarna enkele uren studeren (hoop op een beter leven, ooit), was de oorzaak.
Na deze voorstelling en een maaltijd op de lokale markt, kwam de realiteit me hard tegemoet en joeg mijn temperatuur 3 dagen de hoogte in en mijn maaginhoud met een onnavolgbare snelheid de onmetelijke diepte in. Dit leverde me het binnenviewke van het ziekenhuis in Sucre op en promoveerde (of degradeerde) Iva tot mijn persoonlijke verpleegster. Helaas gingen we hierna elk ons eigen weg. Zij ging rechtstreeks naar La Paz, wanneer mijn maaginhoud weer zijn vaste stek wist zijn begaf ik me naar Cochabamba.
Een surrealistische aankomst. Stel u even voor: een ronddartelende grote rugzak, daarnaast een wandelend driedelig maatpak (mijn busgebuur die zich ontpopte tot mijn lokale gids), om 6 uur ’s ochtends in de armste buurten van de 3de grootste stad in Bolivia, ontbijten op de lokale markt, om 10 uur een soort soep met kip, groenten en pasta (maag al overvol), om 11 uur een mais- en quinoasapje, om 12 uur almuerzo (de eigenlijke maaltijd) en dit nog steeds gepakt en gezakt wringend tussen de kraampjes en mensen. En steeds hier het beste dit en daar het beste dat en vooral kom hier niet alleen…
Na ook het rijkere gebied, waar de Brazilianen hun vakantie in decadentie doorbrengen, achter mijn oogleden te sluiten, verwen ik mij met een busritje naar Samaipata. Een volle 10 uur durend bustripje met mijn voeten achter mijn oren op een overvolle bus met een odeur van gesjiekte cocabladeren, mmmmmmmmmmm.
De directe bus bleek plots om 2 uur ’s nachts niet zo direct meer te zijn, en we moesten dus overstappen. Na alles over te laden, bleek de eerste bus toch weer wel direct te zijn daar de andere buschauffeur wat te dronken was om zelfs een stap op de bus te placeren zonder eerst de wetten van de zwaartekracht te testen.
Yes, een welgekome aankomst in Samaipata