Aangekomen in Ecuador, 
tijd met een grote mate van agressivieve snelheid.

Via Loja beland ik in Cuenca, een klein gezellig stadje in de bergen waar den deze een acute aanval van cosquillas (kriebels) heeft gekregen. Geen remedie, dus vanaf nu maar samen reizen…

Verbranden in Baños, vluchten uit het ubertoeristische Montagnita naar het met grote wonderlijke zeecreaturen bezeten Puerto Lopez, de overweldigende beelden van deze walvissen mijn chaosje in geperst, mijn vriendins maaginhoud eruit. In Baños ambato blindelings op een quad door een lange tunnel sjeezen, via Latacunga naar Zumbahua, een vijfvuldige bruiloft waar de vrouwen nog meer alcohol in hun botten hadden dan de al zwaartekracht testende mannen, naar het adembenemend bezeten Quilotoa, via Quito belanden in Otavalo, mmmmmmmm.
Dan naar de armste provincie van Ecuador, Esmeraldas, nachtelijke buscontroles waar de politie er nog bedreigender uitziet dan de zogenoemde potentiele ladrons, over de koppen lopen in Atacames en zodus maar vluchten naar het rustiger Sua en Tochigue, chillen op de stranden en zowaar wonderlijke zeeschepsels op het strand tegenkomen. Het door tandpijn te korte verblijf in Canoa, grote schrik oplopend in Bahia de Caraquez (hygienische omstandigheden van tandtisten ontvluchtend), en uiteindelijk abces laten verwijderen in Guayaquil.

Van hier in een 6-dagen busrit mijn botten herschikken, om terug aan te komen in BA, Argentina,
Een maandje rondtrekken in het zuiden…
en hierna een 3 dagen busritje naar Lima om een visa-ken te regelen

No sun, no moon,
i do my dreamings in these days,
the days, no sweet, no peace of mind in mind,
to have , to hold, my own….
why don’t tread them like i should…
Ik leef mijn chaotische kronkels in dees dagen!!!

Baai de wei, zwopsy, wegens tijdsgebrek is dit laatste een bikke kort, maar maandag is den deze terug in het belgenlandje

Bodemloze impulsiviteit

oktober 23, 2008

De vloedgolf van impulsiviteit, impulsiviteit die nauwelijks iets heel laat van mijn gedachten, sleurt me van Lima het binnenland in. Cerro de Pasco, de “hoogste stad ter wereld” op een kleine 4800 meter, het mijnstadje waar uiterlijk niets te beleven valt uitgezonderd de dominerende koude in dit verwarmingsloze eiland in het ijle en de jobaanbieding in de bakkerij. Van hieruit naar Huanuco via een ruggemergetend doch met een ontzettend levenskracht bevattende route naar La Union.

La Union, een substituutervaring van de werkelijkheid. Een half dorp dat komt bewonderen hoe den deze een stukje kip verorbert, als was ik een paradijsvogel, een adembenemend lelijke maar uiterst zeldzame vogel, maar aldus ik de enige verwonderd ben een kudde schapen in de bagageruimte van de bus te zien ronddartelen.

Hierna spoel ik aan in Huaraz, gelegen aan de voet van de Cordillera Blanca, een enorme bergketen, en zodus ideaal om nog eens mijn stokstaartperformance boven te halen. Hier krijgen de cohesiekrachten terug grip op mijn gedachten. Zo sterk dat er zelfs even een lichte hoogheidswaanzin optreedt, ik bevond mezelf in het Huari-ruinecomplex Wilkawain, 3 uur lesgevend aan een bende van ongeveer 15 kinderen, in het spaans nogwel. Desalniettemin (altijd al eens dit taalmisvormsel willen gebruiken) ben ik er toch ten stelligste van overtuigd dat zij mij meer hebben bijgeleerd dan den deze hun.

Via Trujillo begeef ik me naar Chachapoyas, het begin van het paradijs van warmte en vocht, het amazonegebied, mmmmmmmm
Hier laten de bodemloze rivieren van de antieke culturen me kennismaken met hun ongekende diepten.
De eerste diepte bevindt zich op een gezellige 3000 meter hoogte, Kuelap, de verlaten pre-incastad, onontgonnen gebied voor horden toeristen. Het gevoel als enige op deze patat rond te tsjollen, mmm, een gevoel zonder richting, tijd of diepte maar met een grote mate van tastbaarheid. Naar mijn bescheiden mening veel magischer dan Machu Pichu.
Dan naar Karajia, de grote tastbaarheid van de zwaartekracht testend, op zoek naar de sarcofagen.

Effe tussendoor chillen op het strandje van Huanchaco en dan naar Chiclayo. Vanhier wordt het cultuur opsnuiven in de museums van Lambayeque en stof aan de piramides van Tucume.

Omdat de toch maar moeilijke grensovergang naar Ecuador via Aguas Verdes loopt en ook een beetje vanwege het platgetreden pad, besluit ik vanuit Piura de bus naar Loja (Ecuador) te nemen en zodus de uiterst gezellige grensovergang Tina-Macara te kruisen.

Aangekomen in Ecuador, whoei!!!!!

prostituee van chaos

juni 16, 2008

Hoe geestig zou het niet zijn om mijn chaos onversneden en in 1 teug te kunnen opdrinken zonder er een indigestie aan over te houden.
Samaipata en de Nieuw-Zeelandse Jemma bezorgen me een welgekomen rustpunt.
Twee kleine weken brengen we al chillend door, eerst terug naar Sucre (waar ik nu een heel ander beeld van krijg) en daarna naar Tarija, de Boliviaanse wijnstreek.

Het blijkt een zeer intense, zelfs geweldadige rust te zijn, die me berooft van mijn dagelijkse Boliviaanse realiteit. Jawel het vakantiegevoel heeft even de strijd met het reisgevoel gewonnen.
Na alweer een splitsing, waarbij mijn Nieuw-Zeelands chillmaatje Buenos Aires met haar glimlach en aanstekelijk rustgevoel verheugt en La Paz met het andere overblijft, strekken, al is het maar heel even, de wortels van de eenzaamheid zich naar me uit, ver raken ze niet.

De 4000 meter hoogte en de koude van La Paz ruil ik door middel van een vliegmasjien in voor het idyllische en tropische Rurrenabarque, de Boliviaanse jungle en pampas, waar de landingsbaan een vrij hard grastapijt blijkt. De dominatie van Jemma’s rust zindert ook hier nog na, zoals een harpist haar vingers op de snaren laat rusten en de zachte tonen de ruimte instuurt.

Rurrenabarque blijkt ook het walhala voor de Israëlische backpacker te zijn. Gelukkig bezorgt “pachamama”, een bar uitgebaat door een maffe Engelse en een vriendelijke Israëlier, me een ander beeld en behoud me van stigmatisatie.

Samen met 8 anderen laat ik me glijden in een kano door de pampas. Vanaf hier wint het reisgevoel het terug. Het aanschouwen van een enorme rijkdom aan beestjes, het zwemmen tussen rivierdolfijnen en ondertussen bekeken worden door kokodrillen en piranas, een eerste vermeende ontvoering van de Chileens/Amerikaanse Louise door onze gids, een autocrash en een tweede ontvoering waardoor den deze zich genoodzaakt voelde tot een hijacking van een motortaxi inclusief chauffeur, vormen slechts enkele stimulansen voor dat gevoel, en ze komen met een snelheid die zich een grote mate van agressiviteit heeft aangemeten.

Een lange busreis brengt het “problemgirl” Louise en mij naar La Paz, een stad die meer en meer aan me groeit. Hier volgt een tweede ontmoeting met Mike. (de eerste keer was tijdens mijn maagdelijk bezoekje aan La Paz)
Mike is “a bro straight from the States, after spending 6 years in San Pedro yail (beruchte gevangenis in La Paz) and 2 years living on the streets”, alhoewel zijn verhaal telkens een lichte wijziging aanneemt, de eerste keer was ie zelfs nog maar 2 uur op vrije voeten.
Soit, het blijkt dat de “bro” over een echte growling rock’n’roll voice beschikt that nearly pulled my pants to the ground, en zodus de eerste keer mijn sandalen heeft kunnen bemachtigen, gelukkig bezit de stad over een gigantische zwarte markt.

Hierna was Sorata aan de beurt. Hier heb ik de schrik van mijn leven gekregen door enkele doeken te zien hangen boven de ravijn, erin zat blijkbaar een klein meisje van 1 jaar oud. de mama zei dat het heel veilig was, yeah wright…. Dan een laatste maal naar La Paz, ditmaal slechts als transitzone. De reis gaat van hieruit via Copacabana, een geestig maar zeer toeristisch stadje aan het Titicacameer, naar Cusco in Peru.
Hasta pronto Bolivia!!!!

Cusco, ookwel gringo capital.
In deze grote stad vol met gringos, blijk ik me plots in hetzelfde internetcafe te bevinden als Iva, mijn tsjechische “verpleegster”. Het is als reizen door de tijd totdat tijd slechts een woord vormt. Opnieuw wordt ons eigen taaltje boven gehaald, met veel: como se dice’s en halve zinnen die de andere vlekkeloos kan aanvullen.
Daar ik mijn Machu-pichu-ticket al heb aangeschaft, is ons opnieuw maar enkele dagen gegund.

Hierna volgen de trekpleisters aan hoge snelheid, hoewel zeer toeristisch blijken de meeste toch wel de moeite waard. Ollantaytambo, Salineras de Maras, beide in de Sacred Valley, Machu Pichu, het nonnenklooster in Arequipa en de Nasca-lijnen (die voor mij een teleurstelling blijken).

Dan maar naar Paracas en Pisco, 2 stadjes waarvan de aanblik zelfs de grootste dronkaard op slag nuchter blaast. Het gebied is een jaar geleden geteisterd door een aardbeving van 8 op de schaal van Richter. Een jaar later blijkt het gebied nog steeds een grote puinhoop, mmmm, laat die hoop maar weg.
Er staat amper iets recht en hetgeen word opgebouwd is volledig zinloos: Er word gewoon op de restanten gebouwd, grote barsten worden opgevuld en daarboven word een nieuwe verdieping geplaatst, van fundering heeft men hier nog nooit gehoord, enkel het nieuwe, decadente, grote, hilton hotel heeft een degelijke fundering. Dit zal bij de eerstvolgende aardbeving of zelfs naschok het enige zijn dat overblijfd, waarschijnlijk om al de ramptoeristen op te vangen.

Na deze ogenopendoender reis ik verder via Ayacucho, Huancayo en La Merced tot in Puerto Bermudez. De weg, nu ja als ge het zo kunt noemen, is enkel overbrugbaar door middel van 4×4 pick-ups, 7 man inclusief de chauffeur in de cabine (met oorspronkelijk 5 plaatsen), alle bagage en nog eens 7 tot 8 personen achterop, een blik sardienen is er niets bij vergeleken. Een 8 tot 10 uur durende reis waar elk bot in mijn lijf een andere plaats krijgt toebedeeld.

De peruaanse jungle is wederom hemels, de terugweg daarentegen…:
Een nacht en dezelfde dag als de terugreis gevuld met regen maken de zogenoemde weg nog meer onberijdbaar. De eerst zo kleine riviertjes die we moeten doorkruisen blijken plots meedogenloze veelvraten te zijn die zelfs grote rotsblokken van 2 tot 3 meter doorsnede meesleuren.
En als dit ons, tot mijn grote verbazing, niet blijkt te kunnen tegenhouden, denkt een steenlawine inclusief bomen, waar we net op tijd voor zijn kunnen stoppen, zijn kans te wagen.
Machetes en mankracht (die zelfs 2 keer moet gaan lopen) lossen ook dit probleem op.

Dit chaotisch tripje brengt me tot in Lima, yak!!!!

verblindende leegtes

april 27, 2008

San Pedro de Atacama, het Lourdes van de backpacker, een woestijndorpje bestaande uit touroperators, restaurants, touroperators en ook nog enkele touroperatours.
Ze verpatsen zelfs tours naar het slechts 12 km verder gelegen valle de la luna. Niet met ikke.

Wat is nu 3 uurkes wandelen in de volle zon in de droogste plaats ter wereld en op een minieme hoogte van 3500 meter en een sjiek. Na 3 uur stappen in het gezelschap van een droge, zanderige wind die me een ruwe gezichtsmassage geeft, bevind ik mij in de maanvallei.
Hier placeer ik mij op de hoogste duin om de zonsondergang te aanschouwen. Na volledig geïnstalleerd te zijn, blijken 5 volle toeristenbusjes mijn plekje ook de ideale plaats te vinden, maar den deze had zo al een appelblauw-zeegroen vermoeden en had dus al een andere lokatie gespot.
Na het aanschouwen van de zonsondergang kwam de duisternis. Mmmmmm, eerder een wissel in lichtacrobatie. Het leek wel of elke zandkorrel een bewustzijn kreeg, de strijd met de zwaartekracht overwon en zodoende een glimpie werd aan het onmetelijke firmament.

Hierna gingen mijn nootjes een bijna fatale ochtendgloren tegemoet. Het bezoek aan de tatio-geisers, de hoogte en mijn fantastische inpakkunst (kou? dat zie ik ginder wel) geven misschien een kleine hint.
Het vroor -8 graden en mijn lichaam schreeuwde om warmte. Zelfs de cocathee kon mijn nootjes niet van het huggen onthouden. Alleen het stoomspektakel kon het perpetuum mobile van mijn bollekes weer wat bedaren.

Hierna dacht ik mijn plaatsje in Bolivia te versieren door middels van een tour naar Uyuni: de legendarische zoutvlakte. Een driedaagse tocht met 4×4’s. En zoals de foto’s al hebben laten blijken, een plaats waar ik mijn hoofd eens heb laten vallen om te kijken hoe het er met de zwaartekracht gesteld was.
De zoutvlakte, een verblindende leegte, nogmaals een overdonderende bevestiging van het o zo kleine ikke. Hierdoor, de omliggende lagunas en waarschijnlijk ook weer de hoogte, kreeg ik vaak de look van een stokstaartje aangemeten.

Na al deze uppers, begeven Jose, Iva (overlevenden van de tour) en ik ons in een bergenhoge dip: Potosi en de “cerro rico” (rijke berg ofwel de zilvermijn)
We hadden een kind als gids. Ik leek/lijk mijn realiteit even te zijn kwijtgeraakt. het kind van hoewel slechts 14 jaar, sprak met een volwassenheid die ons aan de grond nagelde. 4 jaar, 8 tot 12 uur per dag werken, daarna enkele uren studeren (hoop op een beter leven, ooit), was de oorzaak.

Na deze voorstelling en een maaltijd op de lokale markt, kwam de realiteit me hard tegemoet en joeg mijn temperatuur 3 dagen de hoogte in en mijn maaginhoud met een onnavolgbare snelheid de onmetelijke diepte in. Dit leverde me het binnenviewke van het ziekenhuis in Sucre op en promoveerde (of degradeerde) Iva tot mijn persoonlijke verpleegster. Helaas gingen we hierna elk ons eigen weg. Zij ging rechtstreeks naar La Paz, wanneer mijn maaginhoud weer zijn vaste stek wist zijn begaf ik me naar Cochabamba.

Een surrealistische aankomst. Stel u even voor: een ronddartelende grote rugzak, daarnaast een wandelend driedelig maatpak (mijn busgebuur die zich ontpopte tot mijn lokale gids), om 6 uur ’s ochtends in de armste buurten van de 3de grootste stad in Bolivia, ontbijten op de lokale markt, om 10 uur een soort soep met kip, groenten en pasta (maag al overvol), om 11 uur een mais- en quinoasapje, om 12 uur almuerzo (de eigenlijke maaltijd) en dit nog steeds gepakt en gezakt wringend tussen de kraampjes en mensen. En steeds hier het beste dit en daar het beste dat en vooral kom hier niet alleen…

Na ook het rijkere gebied, waar de Brazilianen hun vakantie in decadentie doorbrengen, achter mijn oogleden te sluiten, verwen ik mij met een busritje naar Samaipata. Een volle 10 uur durend bustripje met mijn voeten achter mijn oren op een overvolle bus met een odeur van gesjiekte cocabladeren, mmmmmmmmmmm.
De directe bus bleek plots om 2 uur ’s nachts niet zo direct meer te zijn, en we moesten dus overstappen. Na alles over te laden, bleek de eerste bus toch weer wel direct te zijn daar de andere buschauffeur wat te dronken was om zelfs een stap op de bus te placeren zonder eerst de wetten van de zwaartekracht te testen.

Yes, een welgekome aankomst in Samaipata

fotokes

maart 24, 2008

Yiehaa, dankzij de supersnelle computers waarvan ik ronduit vierkantig het schijt kreeg met een lichte neiging tot een parallellopipidumachtige spetterpoep, hoewel dat laatste misschien niet aan die computers lag, heb ik de fotokes kunnen posten.

De nieuwe komen steeds onderaan, gewoon om effe moeilijk te doen 🙂

Droog vocht

maart 13, 2008

Al fietsend enkele wijnbodega’s bezoeken had wel iets, tot die platte tube. Lag dat nu aan mijn rijkunsten, de grindweg of was het een excuus om de drie opgetutte Canadese meisjes, met hun uitbundig gebruik aan zinsneden met een overdosis aan woorden, te dumpen?
Ik vermoed de grindweg, maar ja, de werkelijkheid en hoe we die beleven durven soms wel eens te verschillen. 🙂

De wijn bleek echter mmmmjammie.

Een nachtje stappen met een Argentijnse en 2 Chileense oerdegelijke eiken kleerkasten, die de Aconcagua (hoogste berg in Zuid-Amerika) hebben beklommen, transformeerde de eerste uren van mijn dagrit naar Valparaiso (Chili) in een nachtrit. De overige uren kon ik de vergelijking met een kwijlend pluchen beestje met zuignappen, grandioos doorstaan.

Valparaiso, een uiterst veilige stad en unesco erfgoed, euh…, mmm, toch die ene heuvel. Op de andere 41 waaruit de stad bestaat en in de haven zet je best geen stap, alhoewel. Je kunt er een gratis citytour achterin een politiecombie, op zoek naar je belagers, mee versieren. De tot gids gepromoveerde agent toont met plezier alle buurten waar het al dan niet heel of wat minder gevaarlijk is. Het is eens wat anders dan het opsommen van de beschermde monumenten.

De stad kreeg zelfs de allures van een “Mad Max” plaats dankzij het bruine rookdeken, afkomstig van de grote bosbrand achter de heuvels, dat de stad knus induffelde.
Ik heb me dan ook maar die looks aangemeten en kon zo als een schaduw rustig door de heuvels zwerven.

De volgende impulsieve gedachte bracht me naar Horcon. Een klein, klein vissersdorpje ingesloten door gigantische onooglijke toeristische legbatterijen. Het dorpje zelf is super: visserssloepen die uit het water worden getrokken door paarden, pelikaantjes die de overschotjes opschrokken, Chileense vakantiegangers die wat geld bedelen om toch nog 1 fles wijn te kunnen kopen om hun “laatste” avond aldaar door te komen, …, soit, idyllisch.
Alleen komen er overdag bussen met toeristen uit die legbatterijen, allemaal tesamen, een oogje werpen op dat kleine, 3 straten grote, vol met vervallen huisjes bezaaid, dorpje.
De ochtenden en de avonden en nachten zijn gelukkig nog voor de overblijvers: de dorpelingen en de enkele, jawel, toeristen, waaronder den deze, die er verblijven.

Hierna dacht ik Cachagua te verheugen met mijn komst, het bleek helaas niet wederzijds (vol met ge-etiketteerde villa’s), dan maar vluchten naar La Serena, mja, een stad aan zee.

Mijn impulsieve ik besluit al dat water maar te ruilen voor de droogste plaats ter wereld, San Pedro de Atacama. U raad het, een dorp in de droogste en hoogste woestijn.

Whoei!!!

spidermanwalk

maart 3, 2008

jawel, het komt er nog van 🙂

Bij het verlaten van de stenen binnentuin, ookwel euh, camping genoemd, worden we opgewacht door een chica. Of we niet eerst effe in Maimara willen chillen alvorens naar Tilcara te gaan. We besluiten om samen met 7 anderen achter op de pick-up te kruipen. Daar aangekomen maken we kennis met nog 3 chicas (Julia, Ileana en Nouria).

Met zijn 12ven gaan we verder naar Tilcara, waar we met de chicas het keelgat van de duivel (el garganta del diablo), een schitterende gorge met waterval, eens nader gaan bekijken. En jawel, den deze heeft hier zijn spidermanwalk kunnen oefenen. Met slechts 1 werkend evenwichtsorgaan blijkt het plakken tegen de rotsen de beste optie om de dunne evenwichtsbalk over te steken (links de diepe ravijn, rechts de rotsen, en onder mij een balkje van 20cm breed).

In onze volgende stopplaats, Humahuaca, worden we opgewacht door de vriend van Nouria en zijn 6 amigos. Met zijn allen lenen we een luisterend oor aan de lokale artisanale, uit 5 leden bestaande ska-band ¨Humahuaca trio¨, hobbelen we verder tot in Iruya, waar het kuiten bijten is om ons te verplaatsen, en zetten we een stapke naar San Isidro.

Bij gebrek aan wegen (en elektriek in) naar San Isidro, volgen we de rivierbedding die we af en toe ook moeten doorkruisen, gelukkig met hulp van de ¨ubermensch-Argentijn¨. De loop van de rivier had ik jullie anders ongetwijfeld volledig kunnen beschrijven. Soms moest er ook over rotsen geklauterd worden maar helaas, hier heeft mijn spidermanwalk niet geholpen, de rotsen braken af waardoor ik een toch wel getrouwe imitatie van een kat die op het droge wilt blijven heb neergepoot, met wat schaafwonden als gevolg (en ja, het idee om het traject blootvoets te doen, om niet uit te glijden, was ook niet mijn beste zet, alhoewel die toch zonder wonden waren. Wat een goed laagje eelt al niet kan doen.)

Terug in Humahuaca nemen we afscheid van de groep waar we bijna 2 weken mee hebben rondgetrokken om verder naar Cordoba te tsjollen.

Daar Cordoba ook toch maar weer een grote stad is, verplaatsen we ons naar Alta Gracia waar we een streepje gaan mountainbiken. Van hier is het terug naar Buenos Aires waar ik een ontmoeting heb met die andere ik, de Argentijnse Carlos Vuegen.

De Argentijnse versie van ik blijkt een general manager te zijn wiens bedrijf het argentijnse vlees promoot. Een goed ¨stukje¨ vlees tijdens de lunch is dus aangewezen, hhhmmm.

En hier neem ik ook afscheid van Maarten en Vicky die samen het zuiden van Argentinië bewonderen, terwijl ik de wijn in mendoza even ga testen.

(baai de wei, de foto´s zal ik zo vlug mogelijk uploaden)

Kleurkes

februari 19, 2008

Daar Jujuy een grote stad blijkt rijden we verder naar Purmamarca, gekend om zijn “siete colores” en de iets verder gelegen salinas. Het moet, naar mijn bescheiden mening, toch maar een volledige kleurenblinde idioot geweest zijn die maar 7 kleuren in deze bergen zag, maar soit 🙂  .

De tocht naar de salinas (zoutvlakten) zou een 3 uur duren, een dikke 2 uur rijden en een klein uurke rondtsjollen. Onze chauffeur, in een vorig leven wellicht racetsjeef, poogde de 2 uur in 1 uurke rond te krijgen.
Ik ga geen poging wagen om de vlakte te beschrijven, ik zou me toch maar onmogelijk belachelijk maken. De foto’s  zouden een iets beter beeld moeten geven, en zelfs dan nog.

Gewoon gaan zien chicos en chicas!!!!!!

Plonkse wagen

februari 19, 2008

Zoals onderstaande foto’s al laten blijken was het toch een klein beetje te riskie om een duikje te wagen (vooral de achterwaartse salto met dubbele schroef ging er net over zijn). Maar dankzij de ontmoeting met een kleine indiaan, die ik vanaf nu bereidwillig klein duimpje noem, hebben we toch een plonske kunnen placeren in de rivier.
Daarvoor moesten we een klein, maar dan ook een heel klein, mmmm, min of meer, paadje volgen. Allé, het was vooral kruipen tot aan de rivier, maar het viewke was er toch wel weer zo een waarvan een mens zou gaan denken dat ik een astmaneuroot ben.

Na deze kabouterwalk en het reuzenontbijt (a volonté betekent nog niet alles Maarten!) vervolgen we onze reis in een coche cama inclusief indringende wc-geur, richting Salta.

In Salta raken we in het toerismebureau volledig de weg kwijt: Cachi, Calafate of toch naar Juyuy? De licht hyperkinetische maar volledig doorgedraaide chica achter de balie zorgt dat we prettig gestoord buiten komen. De duik in het carnaval; een gigantische sjieke optocht, waarin de, vooral vrouwelijke toeschouwers (indianen) vinden dat de 2 witten niet wit genoeg  zijn (spuitbussen met natte sneeuw) en de korte nachtrust als gevolg doen ons besluiten Cachi te “verheugen” met onze komst.

De busrit waaraan lichtelijk te merken valt dat er geen autokeuring is in argentinië, doet me, al balancerend op enkele centimeters van het ravijn, beseffen dat mijn sluitspieren nog goed functioneren, mijn ademhaling daarentegen laat het af en toe een beetje afweten, maar voor de viewkes die volgen kan ik wel enkele uurkes zonder.
Eindelijk vormt het woord “hoogplateau” uit de les aardrijkskunde een juist beeld in mijn creatieve wanorde bovenaan.
De schoonheid van de viewkes zoog zelfs het rood uit Kuifjes haardos om een andere spier te voorzien, recto de Tintin is hiervan het erect feit, een tientallen kilometers lange rechte baan  gevleid op deze hoogvlakten, verzonken in de hoge toppen van de Andes.

Met deze schoonheid achter de oogleden probeer ik een kort dansje te placeren op het plaatselijke carnavalbal (mmm, ik zal die kort maar weglaten, achteraf gezien) om morgen richting Juyuy te gaan.

Ze zijn er, de eerste foto’s. Met zeer veel dank aan nonkel Marcel!!!!

iguazu watervaldscn0032.jpg

dscn0041.jpgdscn0038.jpgiguazu waterval2

coatiemundidscn0057.jpg